Wat is jazzdance?

Jazzdans heeft zijn wortels in Afrika liggen. In de tijd van de slavernij in Amerika hadden de Afrikanen hun eigen dans- en muziekcultuur. Hierin zaten belangrijke kenmerken, die je nu nog terug ziet in de huidige jazzdans. Voorbeelden hiervan zijn het laag dansen bij de grond, het isoleren van lichaamsdelen, de intense samenhang tussen muziek en dans, de individuele expressievrijheid en de vrije overgave aan dans en muziek.
Vanuit slaveneigenaren ontstond interesse voor Afrikaans muziek- en danstalent. Na de afschaffing van de slavernij verspreidde de Afrikaanse cultuur zich verder.
In de twintiger jaren kwam in New Orleans de grote doorbraak van de jazzmuziek met hieraan
verbonden de dans. De dans gaat mee met de muziek, vanuit hetzelfde Afrikaanse erfgoed. In de zwarte shows werd op jazzmuziek gedanst. New York was in die tijd het centrum van ballet en moderne dans. Choreografen en danspedagogen pikten hier de jazzdans op. Josephine Baker bracht de dansvorm naar Europa.
Jerome Robbins verspreidde met zijn choreografie voor ‘West Side Story’ de jazzdans over de hele wereld. Hij werd gevolgd door vele andere Amerikaanse dansdocenten. Ook in Nederland gaan vanaf dat moment verschillende mensen ermee aan de slag. Jazzdans wordt een kunstvorm in de theaters.
Jazzdans is nu nog steeds verbonden met muzikale ontwikkelingen en daardoor ook zo veranderlijk van karakter. De muziek die voor jazzdance wordt gebruikt loopt uiteen. Er vallen veel stijlen onder de noemer jazzdance. Iedere choreograaf heeft zijn eigen stijl. Daarbij wordt jazzdance tegenwoordig sterk beïnvloed door streetdance, moderne dans en de choreografieën van videoclips en grote musicalproducties.
Jazzdance is dus een mix van allerlei dansstijlen.

Dansen
In de lessen wordt er gedanst op allerlei soorten muziek: van popmuziek tot oude jazznummers, van langzame soul tot supersnelle hip-hop. Je swingt op verschillende ritmes, beeldt een tekst uit of leert nieuwe passen bij moderne of oude jazzmuziek. De bewegingen bij de muziek leer je al dansend in de les.
Elke les begint met een warming/up die bestaat uit een kort dansje. Daarna worden er oefeningen gedaan voor een lenig lijf, sterke spieren en een goede houding. Dan is het tijd om echt te gaan dansen. De les eindigt met een cooling-down om weer tot rust te komen.

Samen
Dansen doe je samen, in een groep. Met elkaar werk je aan een dans, die je zo goed mogelijk probeert uit te voeren. Soms probeer je allemaal tegelijk dezelfde beweging te maken, soms dans je verschillende passen door elkaar heen. Dat kan er prachtig uitzien en veel voldoening geven. Je hebt plezier met de mensen om je heen, je moedigt elkaar aan. Je leert van anderen door goed naar elkaar te kijken.
Samen dansen is leuk en gezellig. Na afloop voel je je heerlijk moe én fit.
Leeftijd speelt bij dans geen rol. Iedereen kan (leren) dansen. Jonge kinderen dansen op liedjes die ze
goed kennen, tieners swingen op top-40 nummers en 50-en 60-plussers houden hun lichaam soepel
op muziek waar zij van houden. Het accent ligt op het plezier in bewegen, zeker in het begin gaat het
niet om ingewikkelde choreografieën en wervelende draaien.

Even voorstellen…
Mijn naam is Willy Könst. Ik heb in 2001 de opleiding tot Verenigingsleidster Jazzdance gevolgd bij
de KNGU (Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie). Na het behalen van dit diploma heb ik ruim 7,5 jaar
lessen verzorgd voor dansers van verschillende leeftijden. Ook heb ik de bijscholing tot praktijkopleider
gevolgd waardoor ik nu studenten van de opleiding Jazzdans van de KNGU mag opleiden.
Meerdere malen per jaar volg ik bijscholingen en dansstages om inspiratie op te doen.
Zelf ben ik op mijn 11e begonnen met het volgen van
jazzdancelessen. Dit heb ik op verschillende
plaatsen gedaan. Ook heb ik latin-jazzlesssen gevolgd.
Na ruim 7,5 jaar les gegeven te hebben, heb ik besloten
om zelf een dansschool te beginnen.
Op 1 februari 2010 is dansschool Djazz 2 imprezz geopend.
Naast het verzorgen van de jazzdancelessen sta ik fulltime
voor de klas in het basisonderwijs.